Dat ik homo ben, dat was geen geheim voor mij en ook niet voor mijn omgeving. Ik ben eigenlijk nooit uit een kast gekomen omdat ik er nooit ingezeten heb. Mijn eerste herinneringen en acties op het gebied van seksualiteit waren in mijn prille tienerjaren, ik was 11, met een schoolgenootje. Meisjes waren leuk om mee te spelen, maar ik was totaal niet aangetrokken tot hen.
Dus nee dat was dus geen geheim, ik was voor iedereen op school en in de buurt bestempeld als homo/flikker. Was dat makkelijk, Nee maar dat is een ander verhaal, komt misschien ooit nog. Ik bestempel mezelf dus als homoseksueel, voornamelijk homo, maar ik vind de officiële titel homoseksueel ook goed.

Waarom maakt ik mij hier nou zo druk om?
Dat heeft te maken met de uitspraken van bepaalde hetero mannetjes op tv/radio. Bepaalde heren vinden het anno 2016/2017 nog steeds nodig om homo’s weg te zetten als homofiel en dat geeft bij mij een Pavlov reactie die niet prettig is. Elke keer als ik zo’n hetero mannetje hoor zeggen de homofiele gemeenschap, krijg ik zo’n zenuwtrekje –iek- en denk: “hallo meneer, het is heteroseksualiteit en dus ook homoseksualiteit”.
Het is hemofilie (als ziekte) en dus NIET homofilie. Homo zijn is geen ziekte.

Binnen de homo gemeenschap kom ik steeds vaker tegen dat men geen mening heeft. Ondanks dat we vrijgevochten zijn, jaren op de barricades hebben gestaan voor onze rechten, is het resultaat dat men stil is geworden. De gemiddelde homo die niet in de randstad woont doet liever “normaal”.
Zo normaal mogelijk zodat hij niet opvalt en niet teveel het gesprek van de dorp word.